
In het nieuwe nummer van het tijdschrift Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden (BMGN 124-3, 2009) presenteren jonge historici de resultaten van hun onderzoek over de NSB-ers en verwante collaborateurs tijdens de Duitse bezetting. In hun inleiding Nieuwe geschiedschrijving van de collaboratie op dit themadeel van drie artikelen lichten de redacteuren prof.dr. Ido de Haan en prof.dr. Peter Romijn toe hoe in de Nederlandse en Belgische geschiedschrijving van de collaboratie tot nu toe de politieke veroordeling domineerde. Sinds kort is er echter sprake van een nieuwe benadering waarin de maatschappelijke context meer aandacht krijgt. Collaboratie wordt minder als een pathologisch verschijnsel dan als een vorm van sociaal gedrag bestudeerd.
Josje Damsma en Erik Schumacher beschrijven in hun artikel ‘De strijd om Amsterdam’. Een nieuwe benadering in het onderzoek naar de NSB dat er een scala aan motieven voor collaboratie bestond. Naast opportunisme en de frustratie van sociaal gedeclasseerden speelden ook ideologische motieven een rol. Een conclusie die Robby van Eetvelde in zijn artikel De weg van Vlaamse ‘daders’ naar de Gestapo. De tolken van de Antwerpse Sipo-SD op grond van zijn onderzoek naar de motieven van Vlaamse helpers van de Duitse politieke politie in bezet België kan delen. Aan de hand van een onderzoek naar brieven ‘à décharge’ die na de oorlog ten behoeve van voormalige collaborateurs werden geschreven maakt Helen Grevers in haar artikel ‘Enkel en alleen in dit geval’. Pleidooien voor de vrijlating van voormalig collaborateurs na de Tweede Wereldoorlog in Nederland duidelijk dat collaboratie niet onvermijdelijk leidde tot onherstelbare scheuren in het sociale netwerk van de collaborateur.