Erfenissen van Collaboratie

Oplossen in de samenleving. Integratie en uitsluiting van voormalige nationaalsocialistische milieus in de jaren 1950-1970

Onderzoeker: Ismee Tames

Na tien jaar uit het kiesrecht ontzet te zijn geweest, mocht oud-NSB’er Kardoes voor het eerst naar de stembus. Hij vond dat “zeer eervol, ik dacht: nu hoor ik er weer bij. Ik bedoel, dat bleek achteraf niet helemaal zo te zijn, maar ik had het gevoel dat ik weer mocht mee doen.”

Leek in de tweede helft van de jaren’40 de toekomst nog open, menig voormalig NSB’er ervoer daarna, bij terugkeer in het gezin en op de arbeidsmarkt, welke problemen een ‘fout’ verleden soms met zich mee bleef brengen. In dit deelproject over de concrete sociale reïntegratie van voormalig nationaalsocialistische families kijken we naar de doorwerking van bestraffing en internering.

Veel ex-politieke delinquenten waren niet alleen hun werk kwijtgeraakt, maar ook een deel van hun politieke rechten, zoals het actief en passief kiesrecht en hun nationaliteit. Gehuwde vrouwen verloren automatisch hun nationaliteit als hun echtgenoot die verloor. Pas ver in de jaren‘50 waren de meesten in hun burgerrechten hersteld. In België bleven sommigen zelfs levenslang verstoken van bepaalde rechten. In dit deelonderzoek wordt het effect van deze maatregelen op de integratie onderzocht.

Wie de Nederlandse nationaliteit had verloren, werd namelijk formeel als vreemdeling gezien. Het arbeidsbureau en dus ook potentiële werkgevers wisten dat iemand ‘ex-politieke delinquent’ was, dus hij of zij vond niet gemakkelijk werk. De formele vereisten om rechten terug te krijgen, waren ondoorzichtig en vervolgens waren er dan nog de stilzwijgende barrières. Belemmerde het het streven naar integratie als men geen stemrecht of paspoort had? Hoe belangrijk waren deze burgerschapsattributen voor deze groep? Was men bereid de samenleving tegemoet te komen om ‘erbij te horen’ of viel men terug op de oude NSB-netwerken?

In de publieke sfeer van de jaren’50 en ’60 kwam ‘de oorlog’ vooral via incidenten ter sprake, waaronder enkele publieke schandalen rond het ‘foute’ oorlogsverleden van bekende personen en rond ‘herlevend fascisme’. Dat collaboratie een open wond bleef, noopte betrokkenen vaak tot een strategie van geheimhouden, zwijgen en ontwijken. Sinds de tweede helft van de jaren’60 veranderde de publieke invulling van wat het wezen was van het kwaad van de collaboratie. Parallel aan de toenemende nadruk op de jodenvervolging kwam het accent minder te liggen op landverraad en meer op (potentieel) daderschap bij de uitvoering van de Holocaust. In dit onderzoek worden ook de betekenis en de repercussies van die nieuwe dimensie in schuld en schuldigheid (zowel in eigen ogen als in die van hun opgroeiende kinderen en de omringende samenleving) nader bekeken. Ook hier is vergelijking met Vlaanderen boeiend. Anders dan in Nederland stonden voormalige Vlaamse collaborateurs wel buiten de Belgische staat, maar vaak niet buiten de Vlaamse gemeenschap. Hun directe omgeving associeerde hen niet met landverraad noch met daderschap maar met Vlaams idealisme.

Inleidende literatuur

Blom, J.C.H., ‘Jaren van tucht en ascese. Enige beschouwingen over de stemming in Herrijzend Nederland (1945-1950)’, in: Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden, 1981, vol. 96, p.300-333

Bossenbroek, M., De Meelstreep, Uitgave van de Stichting Onderzoek Terugkeer en Opvang (SOTO), Amsterdam 2001

Donselaar, J. van, Fout na de oorlog. Fascistische en racistische organisaties in Nederland 1950-1990, Amsterdam 1991

Goei, L.M.L.K. de, De psychohygiënisten: psychiatrie, cultuurkritiek en de beweging voor geestelijke volksgezondheid in Nederland, 1924-1970, Nijmegen 2001

Gotovitch, J. en Chantal Kesteloot (ed.), Het gewicht van het oorlogsverleden, Gent 2003

Haan, I. de, Na de ondergang. De herinnering aan de Jodenvervolging in Nederland 1945-1995, Den Haag 1997

Haan, I. de en J. W. Duyvendak (red.), In het hart van de verzorgingsstaat : het ministerie van Maatschappelijk Werk en zijn opvolgers (CRM, WVC, VWS), 1952-2002, Zutphen 2002

Houwink ten Cate, J.Th.M. en N.K.C.A. in ’t Veld, Fout: getuigenissen van NSB’ers, ‘s-Gravenhage 1992

Kennedy, J.C., De deugden van een gidsland : burgerschap en democratie in Nederland, Amsterdam 2005 [Inaugurele rede Vrije Universiteit Amsterdam 2004]

Lagrou, P., The legacy of the Nazi past. Patriotic memory and national recovery in Western-Europe, 1945-1965, Cambridge 2000

Piersma, H., De drie van Breda : Duitse oorlogsmisdadigers in Nederlandse gevangenschap, 1945-1989, Amsterdam 2005

Rousso, H., The Vichy syndrome: the history and memory in France since 1944, Cambridge Mass, 1991 [1987]

Vree, F. van, ‘Televisie en de geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog’, in: Theoretische Geschiedenis, 1994, vol.22, no.1, p.1-26

Wilhuis, J., Na het kamp : vriendschap en politieke strijd, Amsterdam 2005

Algemene Voorwaarden