Resocialisatie van oud-collaborateurs in België en Nederland na de Tweede Wereldoorlog
Woensdag 19 mei 2010 verwelkomt het SOMA Helen Grevers (NIOD) voor een seminarie getiteld: Resocialisatie van oud-collaborateurs in België en Nederland na de Tweede Wereldoorlog
Vele aspecten van de bestraffing van collaboratie in België en Nederland zijn inmiddels onderzocht. Onlosmakelijk verbonden met de bestraffing zijn ook de interneringscentra en gevangenissen voor de voormalig collaborateurs. Tot nu toe werd vooral de politieke context van de opsluiting uitgewerkt en de sociale context bleef hierbij vaak achterwege. Dit project probeert juist een sociaalhistorisch perspectief van de internering en detentie voorop te stellen. De functies van opsluiting en de percepties van de straf worden bekeken vanuit diverse perspectieven, zoals die van de staat, juristen, reclasseringsambtenaren, de publieke opinie en de oud-collaborateurs en hun familie. De vergelijking tussen België en Nederland is bij dit historisch moreel beladen onderwerp nuttig omdat het nuances kan aanbrengen in het idee dat deze episode in beide landen een ‘zwarte bladzijde’ in de nationale geschiedenis is.

16 mei: Een middag met Mussert. De NSB en de actualiteit
65 jaar na de opheffing van de NSB staat de beweging van Anton Mussert volop in de belangstelling. Onlangs ontstond er grote ophef toen Herman van Veen de PVV met de NSB vergeleek. Maar hij is niet de enige die deze vergelijking maakt. Hoe zinvol is de vergelijking? Wat voor partij was de NSB eigenlijk?
Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies organiseren in samenwerking met filmtheater Kriterion op 16 mei een filmsymposium waarin antwoord op deze vragen wordt gezocht. Een panel van experts waaronder Gidi Markuszower en Ton Zwaan gaat met het publiek in discussie.
Programma:
Vertoning van de documentaire Portret van Anton Adriaan Mussert van Paul Verhoeven.
Originele filmbeelden van de Amsterdamse NSB, toegelicht door Josje Damsma en Erik Schumacher (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie), auteurs van Hier woont een NSB’er.
Paneldiscussie over de NSB en de actualiteit onder leiding van Wichert ten Have (Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies).
In het panel:
Algemene informatie Datum: 16 mei 2010 Tijd: 14:00-17:00 Plaas: Filmtheater Kriterion, Roetersstraat 170, 1018 WE Amsterdam
Van de website van EenVandaag:
Tienduizend Amsterdammers waren tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van de NSB. Wat voor mensen waren dat en waarom zaten ze bij deze partij? Vorige week verscheen een boek over het dagelijks leven van de gewone Amsterdamse NSB-ers. Het boek breekt met de gangbare visie dat de NSB in Amsterdam slechts tot 1942 actief waren. In EenVandaag een interview met Josje Damsma, een van de onderzoekers, over hoe zij tot deze conclusies gekomen zijn en de reactie daarop van Chris van der Heiden, een kind van NSB-ers.
Op het symposium Het taboe voorbij?, over verleden en heden van nakomelingen van ‘foute’ ouders sprak Bram Enning over zijn lopende onderzoek naar kinderen van ‘foute’ ouders als slachtoffergroep van 1970 tot heden. Peter Romijn nam samen met Koos Groen en Sytze van der Zee deel aan het afsluitende paneldebat. Historisch Nieuwsblad redacteur Bas Kromhout berichtte over de reactie van het publiek op zijn weblog.

Het Parool had deze week aandacht voor de verschijning van het boek Hier woont een NSB’er:
Hier woont een NSB’er heet het boek dat Josje Damsma en Erik Schumacher de komende week publiceren. Het gaat over de nationaalsocialisten in het bezette Amsterdam: wie waren zij, wat deden zij en waarom deden zij het?
De twee jonge historici komen aan het woord op de Dag van de Amsterdamse geschiedenis. Waar is nog niet helemaal duidelijk. Ze hadden een pandje op het oog aan de Amstel, waar destijds een door NSB’ers gefrequenteerd café in gevestigd was. Dat stond toch leeg. Ze hadden het half-serieuze plan dat op te tuigen met wat vlaggen en andere NSB-parafernalia.
Dat pandje bleek niet beschikbaar te zijn. Nu zijn er nog een paar cafés in de stad die destijds beruchte NSB-kroegen waren, maar of de huidige exploitanten het erg gezellig vinden hun zaak op te luisteren met NSB-driehoeken en portretten van Mussert, is de vraag.
In hun boek beschrijft het tweetal de activiteiten van de tienduizend Amsterdamse NSB’ers en de verhouding tussen de partijleiding en de gewone leden.
Ze stellen een paar min of meer gevestigde vooroordelen aan de orde. Dat NSB’ers vooral lid werden uit opportunisme. En dat ze zich door hun lidmaatschap geheel isoleerden van de rest van de bevolking.
Volgens hen wijst onderzoek - vooral op het archief waar de processen-verbaal worden bewaard van tal van van collaboratie verdachte mensen - uit dat het iets anders ligt. Natuurlijk was er dat opportunisme: baantjes kwamen vrij, onder meer doordat Joden werden weggevoerd, en de NSB’ers konden veelal gemakkelijker aan voedsel en dergelijke komen.
Maar bevlogenheid - idealisme noemen ze het, een term waar ik bij antisemieten toch enige moeite mee blijf houden - was er ook volop. Er werd gecolporteerd dat het een lieve lust was, vergaderingen puilden uit, en de gewelddadige afdeling van de NSB, de WA, zorgde voor en in de bezettingstijd voor heel wat opstootjes. In de periode 1935-1936 alleen al waren er in Amsterdam 103 opstootjes en dertig gevallen die worden omschreven als straatterreur.
Overigens wil dat weer niet zeggen dat deze figuren die het beste met de mensheid voor hadden, zich de voordeeltjes van het NSB-lidmaatschap om principiële redenen ontzegden. Zij profiteerden er even uitbundig van.
En dan dat isolement. Dat viel in zekere zin mee. Amsterdammers hadden een hekel aan NSB’ers als groep, blijkt uit tal van dagboeken en andere getuigenissen. Maar individuele NSB’ers werden, als ze zich een beetje netjes gedroegen, door buren, vrienden, collega’s en familieleden nog wel geaccepteerd. Dat was tenminste de ervaring van politieagenten die na de oorlog onderzoek naar collaborateurs deden.
Het staat inderdaad in contrast met de verhalen. Over families die uit elkaar vielen, winkeliers die werden geboycot, kinderen van NSB’ers die in de oorlog gepest of genegeerd werden. Zouden dat alleen naoorlogse verhalen zijn? Na de oorlog werden kinderen van NSB’ers inderdaad gepest, dat staat vast. (PAUL ARNOLDUSSEN)
Josje Damsma en Erik Schumacher: Hier woont een NSB’er. Uitgeverij Boom, €19,50.