Verslag seminar Citizenship after periods of occupation and collaboration, NIOD Institute for War, Holocaust and Genocide Studies, Amsterdam
Ter afsluiting van het onderzoek van het NWO/NIOD programma Legacies of collaboration over de integratie en uitsluiting van nationaalsocialistische milieus in Nederland vond op 8 en 9 november 2012 een tweedaagse discussieseminar plaats met als thema Citizenship after periods of occupation and collaboration.
Een zeer gevarieerde groep van met name buitenlandse onderzoekers had voorafgaande aan de seminar papers geschreven en gedeeld met de andere deelnemers. Tijdens het seminar trad telkens een van de NIOD-onderzoekers op als discussant en betrok de papers uit zijn of haar panel op het eigen onderzoek en de voorlopige conclusies. (Voor het programma en de call for papers zie:www.niod.nl)
Het seminar werd geopend met een key note lecture van prof. dr. Svenja Goltermann (Universiteit Zürich) die sprak over de vroege naoorlogse periode in Duitsland en waarom de samenwerking tussen Duitsers en geallieerde bezettingsmacht al snel niet meer als collaboratie werd bestempeld. Ze benadrukte dat demilitarisatie en denazificatie van de samenleving niet alleen een kwestie was van het van bovenaf doorvoeren van allerlei beleid. Er was ook een mentaliteitsverandering nodig en die kwam allereerst opgang door de collectieve schok van de nederlaag en de ineenstorting van het Nazi-regime. Daarnaast ging prof. Goltermann in op de wisselwerking tussen bezetter en bezette bevolking en de manieren waarop in het westen van Duitsland de ‘nieuwe regels van het spel’ door de Geallieerden werden ontworpen en uitgedragen en hoe de Duitsers zich in meer of mindere mate aan deze regels aanpasten.
Dit vraagstuk van de nieuwe regels die horen bij een nieuwe politieke orde kwam ook in de andere sessies naar voren. Met name voor de re-integratie van Nazi-collaborateurs uit de Tweede Wereldoorlog werd dit thema onderzocht, maar ook met betrekking tot medewerkers van een voormalig koloniaal regime of juist slachtoffers van een dictatoriale staat. Opvallend was daarbij welke strategieën gekozen of opgedrongen werden en hoe deze in verschillende perioden en landen tot uitdrukking kwamen. Nadrukkelijk kwam naar voren dat de voormalige collaborateurs ook zelf agency hadden en niet gezien moeten worden als passieve objecten van uitsluiting, dan wel re-integratie. Juist de wisselwerking en dynamiek stond in de verschillende papers centraal en werd in de discussie nader onderzocht. Aan de hand van deze interactie tussen voormalige collaborateurs en de staat en samenleving werden ook de thema’s slachtofferschap, geweld en de toegang tot formele burgerschapsrechten bediscussieerd.
Het slotwoord was van prof. dr. Ido de Haan (Universiteit Utrecht) die onder de titel the New Regime tijd en ruimte verder oprekte en onder meer de transitieperiode na de Tweede Wereldoorlog in het licht zette van een veel langere ontwikkeling van betwisting van de staatsmacht en politieke orde, de zoektocht naar ‘de Nieuwe Mens’ en de telkens ter discussie gestelde condities waaronder iemand als volwaardig burger opgenomen kon worden in de gemeenschap.
Het onderzoeksprogramma Legacies of Collaboration zal in het najaar van 2013 uitmonden in de publicatie van drie monografieën over respectievelijk de internering van collaborateurs in Nederland en België (Helen Grevers), de re-integratie in de samenleving van voormalige politieke delinquenten in de jaren vijftig en zestig (Ismee Tames) en de ontwikkeling van de nakomelingen van oud-collaborateurs tot een slachtoffergroep in de jaren tachtig en negentig (Bram Enning). Verder zullen er diverse artikelen en een afsluitende synthese van het programma verschijnen. Het proefschrift van Josje Damsma (Universiteit van Amsterdam en aangesloten bij het Legacies-programma) over leden van de NSB tijdens de bezetting zal eveneens in 2013 verschijnen.
Meer informatie: www.niod.nl, www.erfenissenvancollaboratie.nl
Ismee Tames, Senior onderzoeker NIOD en projectcoördinator Legacies of Collaboration/Erfenissen van Collaboratie i.tames@niod.knaw.nl
International Seminar: Citizenship after periods of occupation and collaboration
International Seminar NIOD Institute for War, Holocaust and Genocide Studies Amsterdam, the Netherlands 8-9 November 2012
In 2012 the NIOD will conclude the research program Legacies of collaboration: the integration and exclusion of National-Socialist milieus in Dutch society on the consequences of Nazi collaboration in the Netherlands. The research team looks forward to discussing its new approaches and results with colleagues from various fields and disciplines in a two day international seminar. We do not solely focus on the history of Nazi-collaboration, but aim to place our methods and results in a broader perspective.
Our research program shows that the usual ways of studying collaboration are insufficiently able to render adequate answers. The debate on collaborationist behaviour has previously focused on social judgement in terms of ‘right’ and ‘wrong’, and subsequently on ‘shades of grey’. We state that these notions are not clarifying and we reject ideas of historical linearity with regard to integration of former collaborators and their families.
Our special focus is on questions of citizenship: how citizenship is permanently the subject of discussion and how it is contested by various groups, individuals, organizations and the state, especially in periods of political stress like an occupation and its immediate aftermath.
During the occupation, Dutch National Socialists and their antagonists held conflicting images of Dutch citizenship. The study of imprisonment and punishment of collaborators after the war shows the dynamics within the state apparatus with regard to ideas and practices of re-education, discipline and ‘good citizenship’. When the former collaborators were released the question of social, juridical and political integration came up: how did this minority function within the developing welfare state? What can we learn with regard to processes of in- and exclusion of minorities after a period of transitional justice? What does it mean that the children of collaborators from the 1980s onwards started to organize themselves within the spheres of psychological care?
More information on the research program is here available. Inquiries may be directed to project coordinator Ismee Tames i.tames@niod.knaw.nl.
The programme is available here.
In verschillende kranten (o.a. Trouw, AD) verscheen afgelopen week het volgende bericht:
In de buurt van het kamp Westerbork zijn bij bodemonderzoek een aantal graven van NSB’ers en SS’ers ontdekt. Dat werd vrijdag bekendgemaakt door het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.
De resten werden gevonden op een begraafplaats die pas vorige week is ontdekt. Het was al decennia bekend dat er ergens een begraafplaats moest zijn, maar de exacte locatie bleef altijd een mysterie.
De doden zijn tussen 1945 en 1947 anoniem begraven in het bos. Het gaat om Nederlanders die na de oorlog in het kamp werden vastgezet, omdat zij veroordeeld waren voor collaboratie met de nazi’s. De resten worden na identificatie elders herbegraven.
Volgens onderzoekster Helen Grevers van het NIOD, het instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies, moet nu in burgelijke stand worden bekeken of duidelijk is wie er in deze graven lagen. ‘Er was altijd bekend dat er mensen begraven moesten liggen, daar heeft justitie ook nooit een geheim van gemaakt. Vermoedelijk is daar ook documentatie van. Het was alleen lange tijd onbekend waar de graven precies waren.’
Tussen 1945 en 1948 zijn er in Westerbork zo’n 90 geïnterneerden omgekomen, voornamelijk door ziektes. ‘Mensen waren verzwakt, bijvoorbeeld als gevolg van de Hongerwinter’, legde Grevers uit. ‘Die mensen zijn overigens lang niet allemaal anoniem begraven; een flink deel is elders begraven.’
Een mogelijke reden voor de anonieme begrafenis was dat bij besmettelijke ziektes er snel gehandeld moest worden. ‘Bovendien was de periode na de oorlog een vreemde tijd. Ook konden er soms geen familieleden gevonden worden of had iemand geen naasten meer.’
Al haalde het Nationaal Comité 4 en 5 mei gisteren een streep door zijn omstreden voornemen, het lijkt nog steeds niet goed te begrijpen waarom een gedicht over een SS’er thuishoorde bij de Nationale Dodenherdenking. De kwestie geeft te denken over de capaciteiten van het Comité. Dat stelt Bram Enning, onderzoeker bij het NIOD. Lees hier het volledige artikel.
Citizenship after periods of occupation and collaboration
Please find the Call for Papers for the International Seminar that will take place at NIOD Institute for War, Holocaust and Genocide Studies in Amsterdam, the Netherlands on 8-9 November 2012:
The research team invites international colleagues who work on questions regarding citizenship in periods of political and social reconstruction from a historical, social sciences or psychological perspective to propose a paper for our seminar. Topics of interest may include: activists and social movements, prison regimes, minorities, re-education, welfare state.
Please send electronic abstracts of 400-500 words, with a short CV to Dineke de Visser (d.de.visser@niod.knaw.nl). The deadline for submission is 1 June 2012. Inquiries may be directed to project coordinator Ismee Tames i.tames@niod.knaw.nl